“De abdij en het bier van Orval” |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| Biersites.info: fotoalbum Abdij van Orval | ||||||
| Brouwerijgegevens | |
|---|---|
| Kloosterorde: | Orde van de Cisterciënzers van de Strikte Observantie |
| Adres: | Orval 2 |
| Postcode+Plaats: | 6823 Villers-devant-Orval |
| Deelgemeente van: | Florenville |
| Provincie: | Luxemburg |
| Streek: | Semois et Vierre |
| Telefoon: | +32 61/31 12 61 |
| Fax: | +32 61/31 29 27 |
| Internet: | www.orval.be |
| Email: | brasserie@orval.be |
| Oprichting: | 1931 |
| Brouwer / eigenaar: | Frère Xavier (hoofd brouwerij) |
| Productie: | 40.000 hl per jaar |
| Korte historie klooster | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
VIS MAJOR
Over de hele wereld zijn er slechts zeven trappistenkloosters met een werkende brouwerij binnen de muren. In België zijn dat Achel, Chimay, Orval, Rochefort, Westmalle en Westvleteren, terwijl u de zevende in Nederland moet zoeken: de abdij O.L.V. van Koningshoeven in Berkel-Enschot met brouwerij De Koningshoeven. De Belgische bierconsumentenvereniging Zythos en het Nederlandse PINT voeren sinds enige tijd actie voor het correcte gebruik van de naam "trappistenbier". Een goede actie, want maar al te vaak wordt de naam trappist misbruikt voor een abdijbier. Het is nu eenmaal zo dat trappistenbieren enkel en alleen in echte trappistenkloosters worden geproduceerd. Zoals dus het Belgische trappistenbier Orval, eigenlijk mijn favoriete bier. Een bier waarover heel wat valt te vertellen. Maar ook de andere producten van het klooster zijn de moeite waard. Een klooster bovendien met een bijzonder rijke geschiedenis. Snel dus naar het mooiste puntje van België, het woud van Orval. OP HET RITME VAN DE KOORGETIJDEN
De Abbaye Notre-Dame d'Orval is gelegen in het woud van Orval, dichtbij het stadje Florenville in de provincie Luxemburg. Deze provincie ligt in het zuidoosten van België, in het centrum van een der attractiefste natuurgebieden van Europa. In het noordoosten grenst ze aan de provincie Luik, in het oosten aan het Groothertogdom Luxemburg, in het zuiden aan Frankrijk, en in het westen aan de provincie Namen. Het is de meest beboste provincie van België. De hoofdstad is Arlon (Aarlen) en het Frans is de voertaal. ANNO 1070
Het klooster getuigt van een lange geschiedenis. De eerste monniken waren Benedictijnen afkomstig uit Calabrië in Zuid-Italië. Zij vestigden zich te Orval in 1070. De plaatselijke leenheer graaf Arnould de Chiny, ontving hen en gaf ze een stuk grond van zijn eigen domein. Al gauw werd er een werf aangelegd om een kerk en een klooster te bouwen. Om onbekende redenen trokken de pioniers zich na een veertigtal jaren terug. Othon, de zoon van Arnould, liet deze monniken vervangen door een kleine gemeenschap van kanunniken, die het ondernomen bouwwerk afmaakten. In 1124 was de kerk af. Economische moeilijkheden lieten echter niet lang op zich wachten, zodat de kanunniken om aansluiting vroegen bij de orde van Cîteaux, op dat ogenblik in volle expansie. Sint Bernardus aanvaardde dit verzoek en vertrouwde de overname van Orval toe aan zijn oudste dochterstichting: de abdij Troisfontaines in Champagne. Op 9 maart 1132 kwamen zeven monniken van Troisfontaines in Orval aan. Ze verenigde zich met de kanunniken en vormden één kloostergemeenschap. De gebouwen werden aangepast aan het cisterciënzerleven en al vóór 1200 was de nieuwe kerk voltooid. De cisterciënzers zorgden er ook voor dat er landbouwgrond en bosterrein werd uitgebaat, wat hun toeliet te leven volgens hun kloosterregel. In de onmiddellijke omgeving van de abdij is de bodem te arm om bebouwd te worden. Vanaf 1132 kregen de religieuzen een klein domein op een twintigtal kilometers afstand, in de nabijheid van Carignan; dit werd de oorsprong van hun rijkste graanschuur: die van Blanchampagne. VOLLEDIGE HERBOUW
Gedurende vijf eeuwen leidde Orval een bescheiden leven, zoals andere kloosters van de cisterciënzerorde. In de twaalfde eeuw schijnt de abdij een bloeiperiode gekend te hebben; maar vanaf de helft van de volgende eeuw zullen rampen haar deel worden. Rond 1252 werd de abdij verwoest door een brand, waarvan de gemeenschap wel een eeuw lang de zware gevolgen droeg. Gedeelten van de abdij moesten volledig herbouwd worden. Op een zeker moment was de ellende zo groot, dat de orde eraan dacht het klooster op te heffen. In de 15e en 16e eeuw richtten de oorlogen tussen Frankrijk en Bourgondië, en later tussen Frankrijk en Spanje in heel Luxemburg vernieling aan. De abdij van Orval bleef niet gespaard. HOOGTEPUNT
Ofschoon de 17e eeuw een onheilseeuw was voor de Nederlanden, bereikte Orval in die periode het hoogtepunt van haar geschiedenis. Twee abten verkregen faam in de hele orde.
De eerste was Bernard de Montgaillard. Hij werd tegen de wil van de communiteit in 1605 benoemd tot abt. Abt de Montgaillard werd spoedig zeer geliefd bij zijn monniken, hij bracht de economische toestand weer in evenwicht en liet de gebouwen restaureren. In 1619 bestond de communiteit uit drieeënveertig leden.
Kort na het bestuur van Bernard de Montgaillard werd de abdij door een nieuwe ramp getroffen. In augustus 1637, op het hoogtepunt van de Dertigjarige oorlog, plunderden de troepen van Maréchal de Châtillon het klooster en staken het in brand. Het ging, met zijn bijgebouwen helemaal in vlammen op. De wederopbouw verliep in een klimaat van onzekerheid, dat tot op het einde van de eeuw zou duren. Van 1668 tot 1707 kreeg Orval een ander groot abt, Charles de Bentzeradt, afkomstig uit Echternach (Luxemburg). Deze strenge man was vóór alles een hervormer. Hij liet zich inspireren door wat Abt de Rancé verwezenlijkt had in de abdij La Grande Trappe, in Normandië, en bracht ook de "Strikte Observantie" (strenge naleving) in voege in zijn abdij. Voorspoed en vroomheid gingen met elkaar gepaard. Het landbouw- en nijverheidsgebied van de monniken groeide steeds aan; van het einde van de 17e tot in het midden van de 18e eeuw stonden de hoogovenssmederijen van Orval aan de spits van de Westerse ijzerindustrie. Sedert 1760 dienden de inkomsten vooral voor het bouwen van een nieuwe abdij. De beroemde architect Laurent Benoît Dewez tekende de plannen. In 1782 werd de kerk gewijd. Daarna liepen de bouwwerken vertraging op en vielen zelfs stil door gebrek aan geld. FRANSE REVOLUTIE
In 1789 brak in Frankrijk de grote Revolutie uit. Al de bezittingen van Orval, die over de grenzen lagen, werden opgeëist. De abdij kwam veelvuldig in oorlogsgevaar, de ene keer al ernstiger dan de andere, tot op de beslissende dag van 23 juni 1793. Toen werd ze prijsgegeven en blootgesteld aan plundering en brand door revolutionaire troepen, onder het bevelhebberschap van generaal Loison. Alles werd vernield. De communiteit trok zich terug in haar Refugiehuis in Luxemburg en daarna in de priorij van Conques. Op 7 november 1796 werd ze officieel opgeheven en de monniken geraakten verspreid. Gedurende meer dan een eeuw vielen de verkoolde muren ten prooi aan guur weer en aan avonturiers die stenen en schatten zochten. DE TROUWRING VAN MATHILDE
De benaming Orval en het logo met een vis die voorkomt op de etiketten, verwijst naar de legende van de Mathildebron, gelegen in de abdijruïnes. Verteld wordt dat in de 11e eeuw de plaatselijke leenvrouw, gravin Mathilde van Toscanië (1046-1115) bij een oponthoud aan deze bron tijdens een jachtpartij met haar handen door het water gleed. Daarbij verloor zij haar trouwring, de dierbaarste herinnering aan haar kort voordien overleden echtgenoot Godfried de Bossu (de Bultenaar). Alle pogingen om de ring op te vissen bleven vruchteloos. Nadat de gravin met aandrang in een nabijgelegen kapel gebeden had en naar de bron terugkeerde, dook daar plots een forel uit het water op met in zijn bek de gouden ring. Dolgelukkig riep gravin Mathilde uit: "C'est vraiment un VAL D'OR" ("Het is hier waarlijk een DAL van GOUD"). Vandaar de naam ORVAL. Vis major, een sterkere, hogere macht? DE HERRIJZENIS
In 1926 schenkt de familie de Harenne de ruïnes van Orval met de omliggende grond aan de Orde van Cîteaux, opdat het monastieke leven weer tot bloei zou komen. De gigantische heropbouw werd ondernomen door Marie-Albert van der Cruyssen, een Gentenaar, die monnik was in "La Trappe" (Normandië). Monniken van de abdij Sept-Fons (Allier) vormen met hem de kern van de nieuwe Orval-gemeenschap. Vanaf 1927 leeft de vallei weer op het ritme van de koorgetijden. Heel snel herrijst, op de grondslagen van het achttiende eeuwse klooster, een nieuwe abdij, naar het ontwerp van architect Henri Vaes. In 1948 is het werk af en op 8 september wordt de kerk plechtig in gebruik genomen. Kort daarop neemt Dom Marie-Albert ontslag als abt. Zijn missie is volbracht. Met hem eindigt de meest recente bladzijde van Orval's geschiedenis. De jaren die daarop volgen, behoren tot de actualiteit. LEKKER LEZEN
Van culinaire schrijfster Nicole Darchambeau verscheen in 1994 het boek Saveurs d'Orval Een jaar later in het Nederlands vertaald en getiteld: "Het genot van Orval". In dit 72 bladzijden tellende boek schenkt de schijfster aandacht aan de geschiedenis van de abdij en haar architectuur, de legende van de Mathildebron, en natuurlijk aan de brouwerij, het bier, de kaas en het brood en de honing. Voor het grootste deel bevat het boek recepten waarin het trappistenbier van Orval is verwerkt. Nicole Darchambeau: Het genot van Orval. Uitgeverij: Les Capucines (N. Darchambeau), Avenue des Capucines 15, 1342 Limelette (België). LEKKER ETEN EN DRINKEN
Kaas, brood en bier, wat wil een mens nog meer? Want behalve bier maken de monniken van Orval ook brood en kaas. En honing en honingbonbons niet te vergeten. Brood
Het abdijbrood, de Miche d'Orval, wordt door de monniken ambachtelijk bereid en gebakken. Het is voltarwebrood, bereid met granen van biologische teelt. Kaas
Toen de monniken van Sept-Fons hielpen bij de wederopbouw van Orval, vestigden zij er tevens een kaasmakerij die in 1928 van start ging. Zij kenden het fabrieksgeheim van de Port-du-Salut kaas, een kaas die sedert 1816 geproduceerd werd door de trappisten van de Abbaye de Notre Dame du Port-du-Salut, in Entrammes, ten zuiden van Laval in het departement van Mayenne in Frankrijk.Na een grondige modernisering en enkele verhuizingen werd de kaasfabriek in 1992 ondergebracht in een oude schuur achter de brouwerij. De Trappiste d'Orval wordt geperst tot rechthoekige broden van 2 kg, met een mooi oranje gewassen korst. Het is een stevig-zachte trappistenkaas, in België geklasseerd in de categorie Plateau. De kaas bezit een relatief zachte, romige, ongekookte, gefermenteerde zuivel met een pittige smaak. EEN VAN DE BITTERSTE BIEREN VAN BELGIË
Over de brouwactiviteiten in vroegere periode is weinig bekend. Het pas verschenen boekje van Peter Crombecq (met als titel Bijzondere Bieren) noemt op blz. 92 "de trappisten-brouwerij van Orval de oudste Belgische brouwerij (1070)". Dit lijkt me zeer onwaarschijnlijk, 1070 is namelijk het stichtingsjaar van het klooster, maar was er toen al gelijk een brouwerij? Michael Jackson schrijft in zijn boek "De Grote Belgische Bieren" (blz. 167): "men heeft nog sporen van brouwactiviteiten gevonden in de 18e eeuw". Wellicht kunnen trappistenbierliefhebbers hier meer over te vertellen.
ANNO 1931
Met de bouw van de huidige brouwerij werd in 1931 gestart. Deze is gebouwd volgens het model van de brouwerij van Villers-la-Ville (onderdeel van het imposante ruïne-complex van de Cisterciënzerabdij van Villers-la-Ville in Waals-Brabant. Beslist de moeite waard om eens te bezoeken.) Het eerste brouwsel van Orval dateert van 1932. Gambrinus Magazine, kwartaalblad van de verzamelaarsvereniging Gambrinusclub van België vermeldt over de beginperiode de volgende anekdote (1991/nr.2, blz. 33): "Tijdens een bezoek aan Oostende had Dom Marie-Albert van der Cruyssen kennis gemaakt met John van Huele (brouwer te Bredene-Sas) en zijn Sanobier. Hij deed beroep op de Sasse brouwer om de paters van Orval in te wijden en bij te staan bij het brouwen van een abdijbier. John van Huele aanvaarde en trok naar de nieuwe abdij waar hij een tijdje verbleef en waaronder zijn deskundige leiding het nieuwe Orvalbier op punt gezet werd. Hoge gistingsbier, bijzonder als ze komen uit de ervaring van dezelfde vakman-brouwer, zijn nogal gelijkend. Het schijnt dat Orval een betere of zwaardere versie was van de Bredense Sano. We weten niet of het huidige Orvalbier, dat zoals gekend sindsdien op ruime voet werd gecommercialiseerd, onveranderd is sedert John van Huele er de nodige instructies gaf, maar een feit is zeker, namelijk dat deze Bredenaar aan de basis ligt van dit brouwsel. Tot aan zijn dood in 1955 bleef Dom Van der Cruyssen in contact met de brouwersfamilie Van Huele, waar hij vriend ten huize werd." (Brouwerij Van Huele stopt in 1937.) Tot zover Gambrinus Magazine. STOOM
Vanaf het begin presenteert Orval zich als Naamloze Vennootschap en de zetel van deze vennootschap wordt gevestigd in de rue Joseph II te Brussel om vervolgens overgebracht te worden naar de avenue Marnix. In 1950 wordt de zetel van de vennoot definitief gevestigd in de abdij. In datzelfde jaar moderniseren de monniken de brouwerij en rusten haar uit met een nieuwe gistkelder. De verwarmingsbron door middel van open vuur wordt in 1952 aangebracht en deze wordt in 1979 vervangen door een systeem van verwarming met behulp van stoom. De bewaarkelder wordt in 1957 vernieuwd, de bottelarij in 1983. Het laatste project betreft een zuiveringsinstallatie. Volgens "Bijzondere Bieren" (Peter Crombecq) bedraagt de jaarproduktie 37.000 hl. Er werken momenteel ongeveer 28 mensen. TWEE (!) BIEREN
Orval is de enige trappistenbrouwerij die maar één bier op de markt brengt. Toch heeft ook Orval een zogenaamd "refterbier". Op het in juni 1996 gehouden festival van de Limburgse Neus, een samenwerkende vereniging van de toenmalige Objectieve Bierproevers, was dit zeer unieke bier te proeven!Orval is misschien wel het bitterste bier van België. Het heeft een alcoholgehalte van ongeveer 6,2 vol.% (bij het afvullen bevat het bier 5,5 %, bij 100% vergisting kan dit oplopen tot 7 %). Volgens de ‘Europese Bieralmanak’ van auteur Roger Protz wordt er "86,5 % lichte mout (Beauce, Gratinais, Unterfranken en Prisma) en 13,5 % caravienne-mout" gebruikt. De gebruikte mouten worden geleverd door de Belgische mouterijen De Wolf en Dingemans en de Franse DGM en Garon. Per brouwsel wordt er 350 kg. witte kandijsuiker toegevoegd. Deze ingrediënten geven het bier zijn specifieke oranjeachtige kleur. De gebruikte hopsoorten zijn volgens Protz in ‘What's Brewing’ (januari 1997): Duitse Hallertau en Styrian Goldings, en East Kent Goldings voor de dry-hopping. De brouwerij gebruikt hoppallets, maar voor de dry-hopping gaat de voorkeur uit naar bellen. Het water komt uit de eerdergenoemde Mathilde-bron. KIJKJE IN DE KEUKEN
Een beperkt aantal leden van de Belgische bierconsumentenvereniging O.B.P. bezocht op 17 april 1996 de brouwerij van Orval. In Den Bierproever 44 deden zij daarvan verslag. Over het brouwproces schrijft Jan Van Maele het volgende: "De geplette mout wordt gestort in de brouwketel, waarin het water zo ver opgewarmd is dat het mengsel 60°C warm is. Zonder rusttijd wordt de bostel rechtstreeks in de filterkuip overgepompt. Na een rusttijd wordt kokend heet water (98oC) langs onder de filterkuip gepompt. Deze unieke werkwijze, voor zover bekend alleen in de Orval-brouwerij toegepast, veroorzaakt een bepaalde caramelisatie. De brouwmeester is ervan overtuigd dat hierdoor de speciale Orval smaak mee gevormd wordt. In de filterkuip rust het mengsel bij 72°C tot de totale versuikering van de zetmelen uit de mout gebeurd is. Er gebeurt geen verdere opwarming tot 78°C of hoger om de enzymatische bewerking te stoppen. De kooktijd bedraagt anderhalf uur. In een whirlpool wordt de troep afgescheiden. Volgens het tegenstroom-principe wordt de hete wort, met behulp van bronwater van 10°C, afgekoeld tot 14°C. De wort krijgt een verluchting om de gistcellen te laten leven en groeien. De onvermijdelijke oxydatie, of het nu met gewone lucht of met zuivere zuurstof is, speelt een rol bij de smaakvorming. Elke brouwer zweert daar bij zijn eigen systeem, maar invloed op de smaak van het bier heeft het toevoegen van lucht of zuurstof in elk geval. Open gistkuipen zijn op een monitor te zien. Door hun aard lenen ze zich niet tot betreden. Gefilterde buitenlucht houdt de temperatuur binnen de perken. De overmaat aan gist werd vroeger gedroogd. Het is nu te duur geworden en de productie is te klein om te gelde te maken, de Orval-brouwerij ligt in zo'n verre uithoek. Met teveel aan gist wordt nu de draf voor het vee verrijkt. Het labo heeft alle mogelijke parameters van deze open gistkuipen vastgesteld. Orval gist na in de fles. Gedurende de lagering worden de gist en de suiker nodig voor de hergisting reeds toegevoegd. De lage temperatuur en de hoge vergistingsgraad houdt de toegevoegde gist werkloos. Tijdens de lagering wordt voor het aroma dry-hopping toegepast. Na het bottelen blijven de gevulde flesjes nog minstens drie weken in de brouwerij. Zij worden gestockeerd bij 15°C in een speciale loods. Orval heeft zijn eigen Brettanomyces. Deze werd in de universitaire laboratoria te Louvain-la-Neuve vastgesteld tijdens een uitgebreid onderzoek van de gisten uit de Orval-brouwerij. De overgepompte gist en suiker zorgen voor een hergisting binnen de week. Zo vernemen we ook dat Orval, volgens de brouwmeester, op zijn best is na zes maanden op de fles. De ingewikkelde suikers worden door een speciale gist traag omgezet. Na zes maanden is alle suiker vergist. Orval blijft zeker 5 jaar goed. De flesjes die nu de brouwerij verlaten dragen 2001 als jaartal. De botteldatum valt simpelweg 5 jaar vroeger." (Met dank aan de Objectieve Bierproevers) WELKOM! U ziet, Orval is meer dan alleen een brouwerij. Een bezoek aan de abdij van Orval is dan ook zeker de moeite waard. Het bezoek omvat: een audiovisuele voorstelling over de geschiedenis van Orval en het monnikenleven (duur circa 20 minuten), plus bezichtiging van de ruïnes van de middeleeuwse abdij, de kelders van de 18e eeuw, het farmaceutische museum en de kruidentuin. De brouwerij is in principe niet toegankelijk voor bezoekers! In de abdijwinkel worden brood, kaas, bier, honing en honingbonbons, boeken, platen en prentbriefkaarten te koop aangeboden. Openingstijden: • November t/m februari: 10.30 uur - 17.30 uur • Maart t/m mei: 9.30 uur - 18.00 uur • Juni t/m september: 9.30 uur - 18.30 uur Toegang: • € 5,00 / volwassenen • € 4,50 / senioren en studenten • € 3,00 / kinderen • € 4,00 / groepen (> 20 personen) • € 3,50 / groepen senioren, studenten Rondleidingen: • Uitsluitend voor groepen (+ 20 personen) • Schriftelijk reserveren (fax/email), tenminste 8 dagen van tevoren • Taal: Frans of Nederlands Tot slot het adres: Orval 2, 6823 Villers-devant-Orval, Belgisch Luxemburg. Telefoon: +32 61/31 10 60 Fax: +32 61/32 51 46 Email: ruines@orval.be
REDDING NABIJ
De brouwerij zelf heeft geen proeflokaal. Maar wie het bier in nabije omgeving wil proeven kan terecht bij: • Auberge de l'Ange Gardien - hier kunt u Petit Orval (of l'Orval Vert) proeven Orval 3 6823 Orval Telefoon +32 61/31 18 86. Email: auberge.ange.gardien@orval.be Deze taverne ligt op ongeveer honderd meter afstand van het klooster.
• A La Nouvelle Hostellerie D'Orval Sprl Orval 14 6823 Orval Telefoon +32 61/31 43 65 Ligt op ongeveer honderdvijfig meter van het klooster. Dit artikel verscheen eerder - en is waarschijnlijk wat verouderd - in PINT Nieuws 100 (1997).
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Deze website is een privé initiatief van biersites.info (janvpelt) |